3. Werkwijze

STAP 1

Verspringen vrouwen
Je gaat records met elkaar vergelijken. Om records met elkaar te kunnen vergelijken moet er ook eerlijk vergeleken worden. Dat doe je zo:
  1. Je kiest daarvoor zes verschillende sporten die zowel door mannen als vrouwen wordt beoefend.
  2. Je kiest sporten waarbij de prestatie precies gemeten worden, zoals met een stopwatch, een weegschaal, een meetlint, enz.
  3. Je kiest sporten die de mannen en vrouwen al meer dan 20 jaar oefenen. Hou ouder de records, hoe beter je berekeningen en voorspellingen worden.

Denk maar eens aan de vele atletieksporten tijdens die op de Olympische spelen worden gedaan, maar ook bij zwemmen hebben mannen en vrouwen dezelfde afstanden. Ken je nog andere sporten waarbij je de prestaties van vrouwen en mannen met elkaar kan vergelijken, dan mag je die ook gebruiken.

Verspringen mannen
STAP 2

  1. Zoek op internet webpagina's op met wereldrecords of olympische records.
  2. Noteer van de mannen en vrouwen het record dat het kortst geleden is gemaakt.
  3. Noteer van diezelfde sport het oudst meest vergelijkbare record van diezelfde sport.
  4. Bereken hoe groot het verschil is:
    1. bij de vrouwen tussen het oudste en nieuwste record
    2. bij de mannen tussen het oudste en nieuwste record
  5. Noteer je jaartal van het jongste record en noteer het jaartal van het oudste record.
    Hoe groot is het verschil tussen die twee?
  6. Bereken vervolgens voor zowel de mannen als de vrouwen wat de gemiddelde vooruitgang per jaar is.
    Wie gaan het beste vooruit: de mannen of de vrouwen?

STAP 3

  1. Maak een duidelijk overzicht wat je in de klas laat zien of nog beter mag ophangen.
  2. Maak het overzicht volgens het voorbeeld hieronder.
    De sport die hieronder genoemd wordt, is een niet bestaande sport.
    Bereken de gemiddelde vooruitgang op 5 decimalen achter de komma nauwkeurig.
MANNEN           VROUWEN      
sport oudste record jongste  record verschil gemiddelde vooruitgang per jaar   oudste record jongste  record verschil gemiddelde vooruitgang per jaar
100 m achteruit lopen 1934: 19,3 sec. 2009: 16,1 sec. 74 jr en 3,2 sec. 0,04267 sec. / jr.   1944: 22,8 sec. 2010: 18,1 sec. 66 jr. en 4,7 sec. 0,07121 sec. / jr.
sport 2                  
sport 3                  
sport 4                  
sport 5                  
sport 6                  

STAP 4

  1. Kies één van de zes sporten die je hebt onderzocht.
  2. Maak een lijngrafiek waarin de resultaten van de mannen en vrouwen tegelijk te zien zijn.
    De lijn van de mannen moet blauw zijn. De lijn van de vrouwen rood.
  3. Op de horizontale as noteer je de jaartallen. Maak zelf een goede verdeling.
  4. Op de verticale as noteer je de prestaties. Maak ook hier een goede verdeling. Kijk naar het voorbeeld hieronder.
  5. Kun jij voor de sport die jij hebt uitgekozen voorspellen in welk jaar ongeveer de resultaten van de mannen en vrouwen gelijk zullen zijn?
  6. Vraag of je de grafiek in de klas mag laten zien of ophangen.

Stap 5

  1. Als je nu kijkt naar de resultaten van jouw informatiebronnen, kun je dan aangeven bij welke sporten welk geslacht de beste  prestaties levert?
  2. Als je vervolgens kijkt naar jouw berekeningen, kun je dan aangeven in welke sporten de mannen gemiddeld beter vooruit gaan dan de vrouwen.
  3. En in welke sporten gaan de vrouwen beter vooruit dan de mannen?
  4. Maak een kort verslag voor je leerkracht met jouw berekeningen, bevindingen en conclusies.